gasfles

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een metalen vat waarin een gas, gewoonlijk een mengsel van vloeibaar gemaakt propaan (lpg) en butaan, onder druk is opgeslagen
    Gasflessen worden zelden gebruikt om bommen van te maken. In 2010 probeerde een man in New York een gasfles te laten exploderen. Maar dat mislukte. NRC Peter Vermaas 8 september 2016