garve

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bos samengebonden graanhalmen, 6-8 garven vormen 1 schoof
  2. pacht die men betaalt in de vorm van een hoeveelheid garven (met name in de Achterhoek)

Etymologie

*: "garf" met de uitgang -e

Uitdrukkingen

  • op de garve bouwenlandbouw bedrijven op gepachte grond