garve
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bos samengebonden graanhalmen, 6-8 garven vormen 1 schoof
- pacht die men betaalt in de vorm van een hoeveelheid garven (met name in de Achterhoek)
Etymologie
*: "garf" met de uitgang -e
Uitdrukkingen
- op de garve bouwen — landbouw bedrijven op gepachte grond
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek