woorden
boek
Start
›
G
›
garagehouder
garagehouder
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
beroep
(beroep) eigenaar van een autowerkplaats (garage)
Een persoon die een garage uitbaat, noemen we in de standaardtaal een garagehouder of een garagist.
Verwante woorden
garage
garage-eigenaar
garage-eigenaren
garagebedrijf
garagebedrijven
garagebezoek
garagebox
garageboxen
garagebranche
garagecomplex
garagedak
garagedek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← garagedeuren
garagehouders →