gamel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vaak afsluitbaar keteltje bedoeld voor etenswaren, gewoonlijk gedragen door soldaten te veldeMijn moeder had in de oorlog een paar gamellen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eetketel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1928
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek