galwespen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan. Ze moeten niet verward worden met de galmuggen, die ook gallen maken maar tot een andere orde behoren (tweevleugeligen)
Etymologie
* "galwesp" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek