galeislaaf
mannelijk (de)/ɣa'lɛɪslaf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die onder dwang het uiterst zware werk aan de roeiriemen van een galei moest verrichtenDe scheepvaart van het Romeinse Rijk was zonder galeislaven onmogelijk geweest.
- iemand die heel hard heeft moeten werkenMama had de hele zomer als een galeislaaf gewerkt, zei ze toen de taxi voor de deur bleef staan.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek