gakken
/ˈɣɑkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (dierkunde) het geluid dat ganzen maken
Etymologie
*(klanknabootsing), in de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van ganzen maken’ aangetroffen vanaf 1896
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*(klanknabootsing), in de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van ganzen maken’ aangetroffen vanaf 1896