gag
mannelijk (de)/ɡɛːk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- grap in een film of stripverhaalDie film zal vol met gags, wat hem erg leuk maakte.
Etymologie
*van """, in de betekenis van ‘kwinkslag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1948
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek