gadogado
mannelijk (de)/ɡadoˈɡado/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) Indonesisch gerecht uit licht gekookte of gestoomde groenten met pindasausDe gadogado van mijn vrouw ziet er ook goed uit en is erg smakelijk, hoor ik.
Etymologie
*van "gado-gado"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek