woorden
boek
Start
›
G
›
gaarder
gaarder
mannelijk (de)
/ˈɣardər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
verouderd, beroep
(verouderd) (beroep) persoon die accijnzen, pachten en/of belasting int
Etymologie
* van "garen" "verzamelen": "gaar"
Synoniemen
inner
belastinginner
belastinginspecteur
ontvanger
rentmeester
tollenaar
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gaardeniers
gaarders →