fytoftora
mannelijk (de)/ˌfitɔfˈtora/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) plantenziekte veroorzaakt door de waterschimmel , waar vooral aardappelplanten, maar bijvoorbeeld ook tomatenplanten gevoelig voor zijnAls enige remedie tegen de fytoftora gold hier het verbouwen van voor de ziekte weinig vatbare soorten, aldus Kok.
Etymologie
*nieuw gevormd woord uit "φυτό" [futó] "plant" en "φθορά" [ftorá] "verval, verwoesting" , in 1893 aangetroffen als onderdeel van de naam van de betreffende waterschimmel[https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=phytopthora&coll=boeken1&identifier=wAFWAAAAcAAJ Handboek voor den Nederlandschen landbouw en de veeteelt deel 2 3e druk (1893) J.B. Wolters, Groningen]; p. 211; geraadpleegd 2018-11-29 en vanaf 1926 als aanduiding van de hierdoor veroorzaakte ziekte [https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMSADB01:000001751:mpeg21:a0072 "Land- en Tuinbouw. Nieuwe aardappelrassen" in: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche Courant jrg. 74 nr. 73 (27 maart 1926)]; p. 11 kol. 2; geraadpleegd 2018-11-29
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek