fysica

vrouwelijk (de)/ˈfizika/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) de wetenschap van de materie en de bestudering van het gedrag en de interactie in ruimte en tijd

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘natuurkunde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1575

Vertalingen

Engelsphysics
Fransphysique
DuitsPhysik
Spaansfísica
Italiaansfisica
Russischфизика
Poolsfizyka
Zweedsfysik