Fuut
mannelijk (de)/fyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (futen) benaming voor vogels uit de orde
- (futen) met name de soort watervogel, , met slank lichaam, lange hals en puntige snavel
Etymologie
* In de betekenis van ‘duikvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1763
Vertalingen
Engelsgrebe
Fransgrèbe
DuitsLappentaucher, Haubentaucher
Spaanszaramagullón
Italiaanssvasso maggiore
Russischчомга
Zweedsskäggdopping
Deenstoppet lappedykker
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek