woorden
boek
Start
›
F
›
futselen
futselen
Betekenis
werkwoord
met de handen aan iets heel kleins werken vaak op een niet al te nette wijze
Etymologie
* afgeleid van Wouter die Futsellare (1281)
Synoniemen
peuteren
wriemelen
kriebelen
frunniken
frutselen
knoeien
prutsen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← futselde
futselt →