fust

onzijdig (het)/fɵst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzamelnaam voor vaten waarin alcoholische dranken bewaard worden
  2. vat waarin alcoholische drank bewaard wordt
    Ik wilde naar een bar waar je een bier bestelt en er een kerel bij krijgt. Dat bedacht ik toen ik zag hoe een oudere man een fust bier probeerde te tillen. In de hoek stond hij te sjorren aan dat fust. {{Aut|Sandes, David
  3. wijn op fust verkopen - zonder te bottelen

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘houten vat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelskeg
Fransfût