fungeren

/fʏŋˈɣerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) ~ als een bepaalde functie vervullen
    Hij fungeert als voorzitter.
    Ik zakte teleurgesteld neer op een houten bankje naast het raam en opende het gastenboek van het café dat als ‘trail-register’ fungeerde.
    En omgekeerd zouden onze ouders als escorte en bescherming fungeren wanneer de Amerikaanse bommenwerpers opstegen vanaf het vliegveld Gardermoen in Noorwegen op weg naar verschillende doelen in de Sovjet-Unie.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘de dienst verrichten van’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1658

Vertalingen

Engelsact, function
Fransfaire fonction, être en fonction