fulltimer
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die een volledige baan heeft van gemiddeld 32-uur of meer per weekStel op ieder kindercentrum een ervaren en pedagogisch geschoold (hbo/+) locatiehoofd aan; een fulltimer die dagelijks in alle groepen komt. Volkskrant 21 december 2010,
- iemand die een voltijdsstudie doet
Etymologie
* afgeleid van full time
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek