frust

mannelijk (de)/frʏst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jongerentaal, pejoratief (jongerentaal) (pejoratief) onzeker persoon die nooit bereikt wat hij wil en zich daar weer over opwindt
    Ik zal wel een nerd of een frust zijn, maar al dat openbare gepraat over seks maakt mij erg onrustig.

Etymologie

*verkorting van "gefrustreerde"