frivolité
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een handwerktechniek, waarbij op kant lijkend weefsel wordt vervaardigdIn de Haarstraat en op het plein bij winkelcentrum Hoge Wal gaat het om ambachtslieden die bezig zijn met het maken van glas-in- lood, glasgraveren, beeldhouwen, mosterd maken, Fries houtsnijwerk, vogelportretten en frivolité.Het Kijk- & Luistermuseum blijkt ’s middags open te zijn. Ik kom voor het luistergedeelte. De quilts en frivolité laat ik links hangen. Peuter van bijna twee is namelijk ook mee.Verder zijn er onder andere workshops (kaart)weven, frivolité, macramé en hardanger, stokhaken en tunisch haken.
Etymologie
* uit het Frans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek