frites
meervoud/frit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gerecht vervaardigd van in reepjes gesneden aardappel gebakken in olieGeeft u mij er maar frites bij.
Etymologie
* verkorting van Belgisch "patates frites", in de betekenis van ‘in vet gebakken reepjes aardappel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1924
Vertalingen
EngelsFrench fries
DuitsFritten, Pommes
Poolsfrytki
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek