frietkraam
/ˈfritkram/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eetgelegenheid waar vooral frieten (en soms ook andere snacks) verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen
Vertalingen
DuitsPommesbude, Frittenbude
Spaansfriterie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek