friemelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. onrustig en zonder doel met vingers en handen bewegen
    De stervende friemelde aan zijn dekens.
    De onrustige examenkandidaat stond aan zijn overhemd te friemelen.

Etymologie

* In de betekenis van ‘peuteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889