fricandeau
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een vleeswaar vervaardigd van mager kalfs- of varkensvlees (van het achtereind)
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stuk vlees’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1765
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek