freakshow

mannelijk (de)/ˈfrikʃo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een show van mensen met een afwijkend uiterlijk
    Het schouwspel was onbeschrijfelijk, het was onmogelijk om niet te blijven staan en ernaar te staren alsof dit pretpark ook een eigen freakshow had, maar dan gratis.

Etymologie

* uit het Engels