frats

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Dwaze streek, bevlieging
    De jongen haalde rare fratsen uit toen hij dronken was.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘gril’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1684