foutenmarge
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfɑutə(n)ˌmɑrʒə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mate van onzekerheid bij de uitslag van een steekproef, statistische meting enzovoortProfessor Herman Goossens heeft afgelopen weekend zelf vastgesteld dat de foutenmarge bij zelftests groot is bij lagere temperaturen.
Vertalingen
Engelsmargin of error, error rate
Franscoefficient d'erreur, marge d'erreur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek