fouillering

vrouwelijk (de)/fuˈjerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de doorzoeking van iemands kleren of zakken
    De fouillering van de verdachte passagier vond plaats in een afgesloten ruimte.
    De douane kon op zowel ondemocratische als iemands integriteit schendende wijze naar smokkelgeld zoeken. Ze mochten zelfs gebruikmaken van fouillering.

Etymologie

* Naamwoord van handeling van fouilleren