fosburyflop

mannelijk (de)/ˈfɔsbəriˌflɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) techniek bij het hoogspringen waarbij men ruggelings over de lat gaat
    En nu eindigde hij op 1.95 meter, met de fosburyflop.
    Weliswaar vindt de wijze waarop de Amerikaan zich over de lat werkt al navolging — in de krant van gisteren kon men daarover lezen — maar thans is bekend geworden dat in het ten noorden van Stuttgart gelegen stadje Komwestheim al meer dan zes maanden een jonge atlete zich ook van deze methode bedient zonder tot voor kort ooit van de Fosbury-flop te hebben gehoord.

Etymologie

*van "Fosbury Flop", (eponiem) dat verwijst naar de 20e-eeuwse Amerikaanse hoogspringer die met deze techniek op de Olympische Spelen van 1968 een gouden medaille won; in de betekenis van ‘techniek bij het hoogspringen, met de rug over de lat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968 en met de huidige schrijfwijze vanaf 1971 (zie vindplaatsen hieronder)