forsythia

mannelijk/vrouwelijk (de)/fɔrˈsitsija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht van struiken uit de olijffamilie. De struiken vallen in het voorjaar op door de gele bloemen op het kale hout. Er bestaan zes soorten en enkele hybriden

Etymologie

*(eponiem), van modern Latijn "Forsythia" in 1804 door de 18e-eeuwse Deens-Noorse plantkundige als eerbetoon gevormd uit de achternaam van 18e-eeuwse Schotse plantkundige (1737–1804), in de betekenis van ‘sierheester’ voor het eerst aangetroffen in 1907

Vertalingen

Engelsforsythia
Fransforsythia