forens

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die dagelijks heen en weer reist tussen de woongemeente en de werkgemeente
    Een groot deel van de inwoners van dit dorpje is forens.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wie woont buiten de plaats waar hij werkt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1898

Vertalingen

Engelscommuter
DuitsPendler