fooi

mannelijk/vrouwelijk (de)/foj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gift in de vorm van geld
    De serveerster nam de fooi van de klant aan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drinkgeld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1651

Vertalingen

Spaanspropina