fooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/foj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een gift in de vorm van geldDe serveerster nam de fooi van de klant aan.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drinkgeld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1651
Vertalingen
Spaanspropina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek