folklore

mannelijk/vrouwelijk (de)/fɔlˈklorə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle traditionele cultuuruitingen van een volk, d.i. traditionele gebruiken, verhalen, gezegdes, vormen van bijgeloof, dansen en andere kunstvormen van een bepaalde volksgroep
    In het Meertens Instituut onderzoek met de folklore, tradities, geschiedenis, dialect, dans, klederdrachten, legenden en andere uitingen van de volkscultuur.
    In onze tijd bestaat er een toenemende belangstelling, zowel voor de folklore als voor de achtergrond en de inhoud van de feesten. Temeer als die beleefd kunnen worden door het hele gezin en de hele groep, jong of oud.

Etymologie

* Leenwoord uit Engels "folklore".

Vertalingen

Engelsfolklore
Spaansfolclore, folklore