foerier
mannelijk (de)/fuˈrir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een onderofficier die de taak heeft om de uitrusting, met name de uniformen, te verdelen en de voorraden te bewaren
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevoorradingsonderofficier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1594
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek