focussen
/ˈfokʏsə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) richten op één punt, concentrerenHij probeerde zijn ogen op hem te focussen, maar hij stond te dichtbij, het bleven twee dezelfde schrijvers die weigerden in elkaar te vloeien.
- (intr) de aandacht richtenWe zullen met name focussen op woordinterne combinaties van tweeklanken gevolgd door r, (…)Hij was een moderne vagebond, continu in beweging en gefocust op het hier en nu.
- (refl) zich ~ op de aandacht helemaal richten opMijn lippen stijf op elkaar houdend, hoopte ik dat zij zich zo goed genoeg kon focussen op het kleine beetje haar net boven mijn oor.Het is een goed idee om ook de komende jaren extra aandacht te besteden aan Oud-Crooswijk, zegt wijkbewoner en organisator van buurtcamping Crooswijk Rafael Krijgsman. Wel adviseert hij om ook de komende jaren goed te luisteren naar de bewoners en niet te focussen op het "verhippen" van de wijk. Daarmee doelt hij op de neiging van gemeentes om sociale huurwoningen te slopen en te vervangen door nieuwe, vaak dure koophuizen.
Etymologie
*afgeleid van focus
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek