floddermuts

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouwenmuts die over het oorijzer wordt gedragen
    Hij schudde een stok in zijn vuist met eveneensche Jan Klaassenkop er op, voor zijn buik hingen de beenen van de pop die zijn ouwe moeder verbeeldde, waardoor zijn lijf was geregen, zoodat je dikwijls niet wist of hij liep of zij; met al haar vodden en floddermuts bengelde op zijn rug, even daas als hij.