flits
mannelijk (de)/flɪts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een korte uitbarsting van licht of een ander elektromagnetisch verschijnselEen flits aan de horizon was de eerste aankondiging van het komende onweer.Hier en daar een korte flits als de zon op de romp van een vliegtuig weerkaatst.
- een kortdurend maar heftig evenementIn een flits van woede duwde ik Quicks woorden weg.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kort schijnsel’ voor het eerst aangetroffen in 1555
Vertalingen
Engelslightning
Franséclair, éclair
Spaansfogonazo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek