flirt

mannelijk/vrouwelijk (de)/flʏːrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die graag met een ander vrijblijvend doet alsof ze erotisch tot elkaar worden aangetrokken
    De verdachte buigt het hoofd – in de zittingzaal is hij een schim van de flirt die hij op de gang was.
zelfstandig naamwoord
  1. vrijblijvend gedrag waarmee je de indruk wekt dat je een ander erotisch aantrekkelijk vindt
    En in het meervoudige perspectief met verschillende verhaallijnen is de voornaamste dramatische lijn de flirt die de koningin heeft met een knappe kunstenaar.
    Als puber ging mijn zus aan de flirt, ze had altijd mensen om zich heen.
  2. figuurlijk (figuurlijk) handelingen die de indruk maken dat belangstelling is voor verdergaande betrekkingen
    Ook in Nederland lijkt de flirt met radicaal rechts onder christenen over zijn hoogtepunt heen.
    Dat de flirt met warmbloedige soulblues van Di-Rect verre van kortstondig is, blijkt ook uit het nieuwe werk.

Etymologie

*: "flirten" zonder de uitgang -en