flippen

/ˈflɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr, informeel (intr), (informeel) (plotseling) hevig tekeergaan, erg boos worden, uit zijn gewone doen zijn e.d. (evt. onder invloed van drugs); doordraaien [3]
    Hij flipte ineens.

Etymologie

* Van "flip". In de betekenis van ‘ongunstig reageren op drugs, uitgekeken zijn op’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1967