flexen

/ˈflɛksə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. werken zonder vast contract, flexwerken
  2. jongerentaal (jongerentaal) vertoon maken met spullen of het eigen lichaam
    Die vent loopt de hele dag te flexen met zijn nieuwe sneakers.
  3. straattaal (straattaal) tot rust (laten) komen, relaxen

Etymologie

* Afgeleid van flex (afkorting van flexibel) met de uitgang '-en'