fletsheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zonder heldere kleuren zijn
- het saai en zonder enig enthousiasme zijnFletsheid is troef, terwijl deze verkiezingen zich er meer dan ooit voor lenen om er keihard in te gaan. „Het aantal taken van de gemeenten verdubbelt zowat. Het lijkt wel alsof dit de lokale politici verlamt. Ze weten niet hoeveel geld ze krijgen en weten niet hoe alles uitwerkt. Het is echt stuitend om te zien hoe ze dan maar terugvallen op gemeenplaatsen.” De Telegraaf 10 mrt. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/987308/raadsverkiezingen-zonder-enige-kleur ’Raadsverkiezingen zonder enige kleur’]Langzamerhand kunnen we concluderen dat een einde van een decennium christen-democratische hegemonie nadert. Van de Balkenende-doctrine is weinig meer over. Het leiderschap en de agenda van de minister-president worden gekenmerkt door algehele fletsheid en gebrek aan kracht en inspirerend vermogen. HP de Tijd 18 DEC 2009 [https://www.hpdetijd.nl/2009-12-18/nederland-smeekt-om-hervorming/ Nederland smeekt om hervorming]Elke zin die Schulz schrijft, is een afzetten tegen wat hij noemt ‘de versterkte wal die zijn dreigende schaduw werpt over betekenis’, en een protest tegen de terreur van fletsheid, banaliteit, routine, stupiditeit, stereotypes, de tirannie van het simplistische, de massa. De Standaard 15 SEPTEMBER 2007 David Grossman [http://www.standaard.be/cnt/dma14092007_004 Individuele taal en massataal]
Etymologie
* afleiding van flets
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek