flens

mannelijk (de)/flɛns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een opstaande en vaak vlakke rand of kraag, bijvoorbeeld aan het uiteinde van een buis of pijp om een lekdichte verbinding met een andere pijp of een afdichting mogelijk te maken
    Die flens is beschadigd en maakt een goede afdichting onmogelijk.
zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) dunne pannenkoek
    Flenzen bakken.

Etymologie

*[B] wellicht van "flensen", verwant met flinter

Vertalingen

Engelsflange
Spaansbrida