flemerij

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tot eigen voordeel iemand overmatig en ongemeend loven en prijzen
    Maeldegijs combineert zijn toverkunsten overigens met simpele trucs zoals het binden van een touwtje aan een van Beyaerts benen, verkleedpartijen, list, leugens en flemerij. Bij al zijn acties maakt hij handig gebruik van zijn mensenkennis. (2005)–anoniem Vier Heemskinderen, Vanden [https://www.dbnl.org/tekst/_his003hist01_01/_his003hist01_01_0038.php De historie vanden vier heemskinderen]

Etymologie

* van flemen