flard
mannelijk/vrouwelijk (de)/flɑrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onregelmatig afgescheurd of afgebroken stukIn de operahuizen krijgt het zeilschip altijd een gestileerde uitbeelding. We zien een flard van een zeil, een stuk boeg en mast.
- (figuurlijk) klein onsamenhangend stuk, korte gedeeltelijke waarnemingHet is geen kunst bij de entree van de Amstelstraat, komend van het Rembrandtplein, een flard van triestheid door het hart te voelen gaan.
Etymologie
*(klanknabootsing), in de betekenis van ‘afgescheurde lap’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1600
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek