fixeren
/fɪkˈserə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de blik onafwendbaar op iets richtenHij fixeerde zijn blik op de secondewijzer van de klok.
- (fotografie) (ov) een ontwikkeld fotografisch beeld vastleggen door een behandeling met bijvoorbeeld een thiosulfaatoplossingDeze foto is niet goed gefixeerd en verkleurt daarom.
- (inerg) de gedachten alsmaar om een bepaalde zaak laten draaien
Etymologie
*: "fixeer" met de uitgang -en
Vertalingen
Engelsaffix, attach, determine
Fransfixer
Spaansfijar, virar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek