fiscalisering

vrouwelijk (de)/ˌfɪskaliˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het omzetten van een stelsel dat gefinancierd wordt door middel van een eigen bijdrage, naar een stelsel dat gefinancierd wordt uit de algemene middelen van de overheid

Etymologie

* afleiding van van fiscaliseren