fiscalisering
vrouwelijk (de)/ˌfɪskaliˈzerɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het omzetten van een stelsel dat gefinancierd wordt door middel van een eigen bijdrage, naar een stelsel dat gefinancierd wordt uit de algemene middelen van de overheid
Etymologie
* afleiding van van fiscaliseren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek