firn

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie, glaciologie (geologie), (glaciologie) een grofkorrelige substantie ontstaan uit sneeuw en ijs, van waaruit gletsjers ontspringen
    Als er nog meer sneeuw op de firn valt, dan wordt de lucht eruit geduwd en komen de sneeuwdeeltjes nog dichter bij elkaar.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘korrelig sneeuwijs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1734

Vertalingen

Engelsfirn
DuitsFirn
Russischфирн