finoegristiek

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) wetenschap die zich bezighoudt met de Fins-Oegrische talen zoals Fins en Hongaars. Iemand die zich bezighoudt met deze talen wordt een finoegrist genoemd

Etymologie

* In de betekenis van ‘kennis van de Fins-Oegrische talen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976