finish
mannelijk (de)/ˈfɪnɪʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) het passeren van de eindstreep van een racewedstrijdWat een prachtige finish!
- (sport) de eindstreep: een lijn die deelnemers van racewedstrijden moeten passeren om de wedstrijd te volbrengenDoor een ongelukkige val haalde hij de finish niet.Op 5 juli 2017 is het de beurt aan Fabio Aru. De Sardijn ontsnapt op 2,4 kilometer van de finish aan de wurggreep van Team Sky.
- het eindpunt van een handelingIk liep gestaag door, stopte niet eens om te eten en was in een soort shocktoestand. Ik rook de finish en niets hield me tegen totdat ik een veilig bed had gevonden.
- (techniek) afwerking (vaak een laklaag)
Etymologie
*van het Engels
Vertalingen
Spaansllegada, meta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek