fine
vrouwelijk (de)/ˈfinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) eindeHet bilateraal tewerkstellingsakkoord tussen België en Marokko van 17 februari 1964 49 bevat 'meer voordelige bepalingen' (artikel 10, 4°, eerste lid, in fine Vreemdelingenwet).
- (in verbindingen) doel, bedoelingMedio juni jl. heeft het Openbaar Ministerie via Interpol een internationaal verzoek tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering van de heer Desi Delano Bouterse doen uitgaan.
Etymologie
*ontleend aan de van Latijn "finis" "eind"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek