financier

mannelijk (de)/ˌfinɑnˈsir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) iemand die geld ter beschikking stelt voor bepaalde activiteiten
    De staat is meestal de financier van grote infrastructurele projecten zoals de bouw van bruggen en kanalen.
  2. beroep (beroep) iemand die verstand heeft van het beheersen van geldmiddelen en dat ook als beroep heeft
    Hij werkt als financier bij een financieringsmaatschappij.

Etymologie

*van """